• Intro
  • Wettelijke situatie
  • Doelen en acties
  • Persbericht
  • In de media

Eisen

  1. Niet zonder ons

    Vaak worden er voorstellen gedaan, beslissingen genomen of reglementen afgekondigd die verregaande gevolgen hebben op de levens van sekswerkers zonder dat we daarin zelf gehoord worden. We vragen dat we in deze debatten betrokken worden zodat ook met onze noden en verwachtingen rekening gehouden wordt. Beslissingen die ons betreffen mogen niet gevoed worden door morele oordelen en moeten in de eerste plaats pragmatische en menswaardige oplossingen bieden.

  2. Erkenning van sekswerk op het federale niveau

    We wensen erkenning op zowel sociaal als juridisch vlak. Zonder die erkenning kunnen we namelijk geen beroep doen op sociale en juridische bescherming. We wensen het recht ons aan te sluiten bij een vakbond, het wettelijke recht om ons beroep uit te oefenen met een legale erkenning en in het bijzonder het recht om ons te verenigen volgens het coöperatieve model.

  3. Decriminalisering van sekswerk

    Decriminalisering is verschillend van legalisering. Het slaat op het doen verdwijnen van boetes en administratieve veroordelingen die betaalde seksuele handelingen tussen toestemmende volwassenen viseren, of het nu om de verkoop, de aankoop of de organi- satie van deze uitwisseling gaat.
    We zijn ons ervan bewust dat het hier voornamelijk om een gemeentelijke bevoegdheid gaat. Maar daar gaat het ons net om: net door belangrijke beslissingen omtrent sekswerk over te laten aan het lokale niveau wordt een situatie gecreëerd van contradicties, willekeur en rechtsonzekerheid voor sekswerkers. We vragen om het ontwerp van een federaal kader dat coherentie en rechtszekerheid brengt.
    We vragen ook om de hervorming van artikel 380 van het Belgisch Strafwetboek dat alle manieren waarop het beroep professioneel georganiseerd zou kunnen worden criminaliseert. We vragen met name om het eind aan het verbod op publiciteit, ook via het internet.

  4. Creatie van “P-zones”

    We wensen de creatie van « P-zones » met sanitaire voorzieningen die het sekswerkers toelaten in alle veiligheid te werken zonder intimidatie door bepaalde autoriteiten, cliënten of delinquenten.

  5. Herdefiniëring van het begrip pooierschap

    We vragen om de herdefiniëring van het begrip pooierschap aangezien deze term ten onrecht gebruikt kan worden en de vooroordelen ten opzichte van ons doet toenemen. Dit is een gevoelig thema dus verduidelijken we: door de huidige definitie van pooier- schap is het onmogelijk voor sekswerkers te werken onder een betaald contract. De facto heeft de sekswerker geen recht op degelijke en veilige werkomstandigheden.
    Uiteraard moeten alle vormen van psychische en fysieke dwang, net als het prostitueren van minderjarigen helemaal strafbaar blijven. Uiteraard blijven we mensenhandel in de sterkste bewoordingen veroordelen.

  6. Initiatieven voor sekswerkers die de job willen verlaten

    Het beroep verlaten is omwille van stigma en praktische redenen niet eenvoudig. Het werk kan bovendien een zware tol eisen van wie er van af wil. Daarom vragen we om voorrang tot trainingen en werkaanbiedingen voor sekswerkers die zich willen heroriënteren, evenals een gefaciliteerde toegang tot maatschappelijke integratie, inclusief een leefloon, zoals aangeboden door het OCMW.

  7. Financiering van verenigingen

    We vragen om een betere financiering van organisaties die sekswerkers op een neutrale manier en zonder moreel oordeel bijstaan. Organisaties die een antwoord bieden op de hulpvraag van sekswerkers, in het bijzonder op het vlak van gezondheid en sociale bijstand, dienen beroep te kunnen doen op meer en betere financiële steun van de ver- schillende overheden. We pleiten bovendien voor extra middelen aan organisaties die slachtoffers van mensenhandel bijstaan. Het is duidelijk dat deze organisaties niet voldoende ondersteund worden om de taken waarvoor ze opgericht werden goed uit te voeren.
    Wat mensenhandel betreft vragen we bovendien dat slachtoffers van mensenhandel niet verplicht worden om hun pooier aan te geven als voorwaarde om steun te krijgen van de daartoe bestemde organisaties. Deze voorwaarde zorgt er namelijk voor dat slachtoffers minder gemakkelijk beroep gaan doen op deze organisaties.

  8. Zelfstandigenstatuut

    We vragen om de toegang tot het zelfstandig statuut voor sekswerkers gemakkelijker te maken, voornamelijk voor personen die geen hogere studies gedaan hebben. De verplichte voorwaarde in Brussel en Wallonië een hoger diploma of het diploma bedrijfsbeheer in het bezit te hebben is een obstakel voor de meest precaire onder de sekswerkers. Velen van hen hebben namelijk geen hoger diploma kunnen halen of hebben de middelen noch tijd om een cursus bedrijfsbeheer te volgen.
    Wie nu geen toegang heeft tot het statuut van zelfstandige kan eventueel gebruik maken van payrolling-systemen (bijvoorbeeld Smart of Tentoo) om haar of zijn inkomsten aan te geven. Maar ook hier gooit artikel 380 van het Strafwetboek roet in het eten. Onder de huidige wetgeving loopt zelfs de payrolling-service het gevaar beschuldigd te worden van pooierschap.

  9. Structurele steun

    We spreken ons uit tegen elke bindende regelgeving die het stigma op één of andere manier kan versterken. Daaronder rekenen we verplichte medische controles of het regle- mentair beperken van sekswerk tot zones binnen gemeentes die te klein en te gevaarlijk zijn. We vragen ook dat de regering zich aan onze zijde schaart in de directe strijd tegen het stigma, met name het eventuele stigma aanwezig bij diensten die essentieel zijn voor het dagelijks leven (overheidsdiensten, ziekenhuizen, politie,...). Stigma leidt tot discriminatie. België heeft wetten die discriminatie dienen te bestrijden. Het is tijd om deze wetten toe te passen om de discriminatie van sekswerkers in hun dagelijks leven in te dammen.
    Alleen zo kunnen we, met de hulp van de instellingen die toezien op de toepassing van de anti-discriminatiewetgeving, gelijke kansen voor sekswerkers creëren.

  10. Strijd tegen stigma

    We spreken ons uit tegen elke bindende regelgeving die het stigma op één of andere manier kan versterken. Daaronder rekenen we verplichte medische controles of het regle- mentair beperken van sekswerk tot zones binnen gemeentes die te klein en te gevaarlijk zijn. We vragen ook dat de regering zich aan onze zijde schaart in de directe strijd tegen het stigma, met name het eventuele stigma aanwezig bij diensten die essentieel zijn voor het dagelijks leven (overheidsdiensten, ziekenhuizen, politie,...). Stigma leidt tot discriminatie. België heeft wetten die discriminatie dienen te bestrijden. Het is tijd om deze wetten toe te passen om de discriminatie van sekswerkers in hun dagelijks leven in te dammen.
    Alleen zo kunnen we, met de hulp van de instellingen die toezien op de toepassing van de anti-discriminatiewetgeving, gelijke kansen voor sekswerkers creëren.

Kort

Prostitutie is in België niet verboden. Het kopen van seksuele diensten is geen inbreuk op de wet indien er sprake is van wederzijdse toestemming en indien de sekswerker meerderjarig is.

Wat wel verboden en dus strafbaar is:

  • iemand tewerkstellen als prostituee of meenemen met het oog hem of haar te prostitueren, zelfs indien het om een meerderjarige gaat
  • een pand uitbaten waarin prostitutie plaatsvindt
  • een kamer of woonst verhuren of verkopen waarin prostitutie zal plaatsvinden, waarbij dan abnormaal grote winst gemaakt wordt
  • geld verdienen aan de prostitutie van een ander.

Hierbovenop komen de volgende inbreuken:

  • aanzetten tot losbandigheid in een openbare plaats (door woorden, gebaren,...)
  • reclame maken voor diensten van seksuele aard (advertenties, reclame...)

Wat zegt de wet over levensgezellen, echtgenoten of echtgenotes?

Ze kunnen niet vervolgd worden omwille het simpele feit dat ze een relatie hebben met een sekswerker - ooit was dit wel het geval. Ze zijn echter nog steeds strafbaar als kan aangetoond worden dat ze niet enkel voordeel halen uit de inkomsten van de persoon met wie ze samenleven, maar deze ook uitbuiten door hen aan te zetten tot prostitutie.

Hoe zit het juridisch kader van prostitutie in België precies ineen?

Het Belgische Strafwetboek bestraft prostitutie niet als dusdanig, de aankoop van seksuele diensten vormt geen strafbaar feit indien de persoon hiermee instemt en meerderjarig is.
Strafbaar zijn feiten die leiden tot losbandigheid en prostitutie (artikel 380, §1), dat wil zeggen:

  1. Een persoon die een meerderjarige, zelfs met zijn of haar toestemming, aanwerft, meeneemt, wegbrengt of bij zich houdt met het oog op het plegen van ontucht of prostitutie;
  2. Hij die een huis van losbandigheid en prostitutie openhoudt.
  3. Hij die kamers of enige andere ruimte verkoopt, verhuurt of ter beschikking stelt met het oog op prostitutie met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren;
  4. Hij die, op welke manier ook, eens anders ontucht of prostitutie exploiteert.

De vier bovengenoemde delicten leiden tot veel zwaardere straffen wanneer de dader ofwel fraude pleegt, gebruik maakt van bedreigingen of dwang, of misbruik maakt van de kwetsbare positie van een persoon (illegale of precaire situatie, zwangerschap, ziekte, afwijkingen, lichamelijke of geestelijke handicap (artikel 380, §3).

Ook dit zijn overtredingen:

  • Aanzetten tot prostitutie door middel van woorden, gebaren of tekens (artikel 380 en volgende van het Strafwetboek)
  • De productie, publicatie, distributie en verspreiding, direct of indirect, van advertenties voor seksuele diensten met een direct of indirect winstgevend doel wanneer de diensten worden geleverd door middel van telecommunicatie. Dit artikel straft ook zij die door enig publicatiemiddel bekend maken dat ze zich overgeven aan prostitutie, de prostitutie van anderen vergemakkelijkt of wenst in betrekking te komen met iemand die zich aan ontucht overgeeft.

Ten slotte zullen we ook de artikelen 383 tot 385 van het Wetboek van Strafrecht in herinnering brengen waarin openbare zedenschennis behandeld wordt. Al deze delicten worden zwaarder bestraft indien de betrokken persoon minderjarig is, met andere straffen indien de persoon jonger is dan 16 of dan 10 jaar (artikel 380, §4).
Omtrent levensgezellen, echtgenoten of echtgenotes:

Ze kunnen niet vervolgd worden omwille van het eenvoudige feit levensgezel te zijn van een sekswerker, maar ze blijven vervolgbaar als ze naast het voordeel dat ze doen met de inkomsten van hun partner deze ook uitbuiten door ze aan te zetten tot prostitutie.

Om de Belgische wetgeving nog beter te begrijpen raden we u aan de volgende tekst te lezen van advocaat Vincent Letellier:

https://www.laicite.be/magazine-article/le-commerce-du-sexe-a-travers-la-loi-belge/

Voor nog meer details over hoofdstuk VI van het Strafwetboek kunt u de artikels 379 tot 382 lezen: “Bederf van de jeugd en prostitutie”.

We zetten ons ervoor in dat alle sekswerkers dezelfde rechten hebben als alle andere werknemers.

Onze doelen en acties zijn de volgende:

  • Ervoor zorgen dat de rechten en fundamentele vrijheden van sekswerkers worden gerespecteerd: respect voor de sociale, morele, economische, individuele en collectieve rechten, en respect voor onze waardigheid.
  • Plekken creëren waar vrijuit gesproken kan worden en waar ervaringen uitgewisseld worden: elke eerste donderdag van de maand.
  • Bijeenkomsten en manifestaties organiseren.
  • Solidariteit tussen sekswerkers bevorderen: we willen ons in de eerste plaats verenigen om solidair te zijn, om naar elkaar te luisteren, elkaar te helpen, om strategiën, raad, ideeën met betrekking tot het werk met elkaar te delen, om voor elkaar te zorgen maar ook om onze rechten te kennen, ons samen te informeren, elkaar op de hoogte te stellen en te waarschuwen, onze mogelijkheden en kennis te verbreden.

Komt nog.

Komt nog.

X